ThuisSaldo · zelf meten
Wat gebeurt er met jouw zonnestroom?
Een leeg meetblad voor zeven perioden. Vul echte gegevens in; dit blad bevat geen resultaten van ThuisSaldo.
1. Leg je meetopstelling vast
Periode van __________________ tot __________________ · tijdzone / zomer- of wintertijd __________________
Bron zonneproductie + model __________________________ · bron netafname en teruglevering __________________________
Deze eenvoudige balans past alleen bij een woning zonder batterij, andere opwek of energiedeling. Anders zijn aanvullende metingen nodig. Gebruik het blad dan alleen als log, niet om direct verbruik met de onderstaande formule vast te stellen.
2. Neem hoeveelheden in kWh over dezelfde perioden
Gebruik bij elke bron exact hetzelfde begin en einde. Een tellerstand is nog geen periodeverbruik: neem het verschil tussen eind- en beginstand. Gebruik geen watt of kW. Markeer ontbrekende gegevens met “ontbreekt”, nooit met nul.
Op een klein scherm kun je de tabel naar links en rechts schuiven.
| Periode begin → einde | Zonneproductie kWh | Netafname kWh | Teruglevering kWh | Taak / bijzonderheden weer, ontbrekend interval, andere grote verbruiker |
|---|---|---|---|---|
| Dag 1______________________ | ||||
| Dag 2______________________ | ||||
| Dag 3______________________ | ||||
| Dag 4______________________ | ||||
| Dag 5______________________ | ||||
| Dag 6______________________ | ||||
| Dag 7______________________ | ||||
| Totaal van complete, vergelijkbare perioden | Aantal complete perioden: ______ |
3. Bereken je energiebalans
Direct gebruikte zonnestroom = productie − teruglevering = __________ kWh.
Totaal woningverbruik = directe zonnestroom + netafname = __________ kWh.
Eigen verbruik = directe zonnestroom ÷ productie × 100 = __________ %.
Zelfvoorziening = directe zonnestroom ÷ woningverbruik × 100 = __________ %.
Tel eerst de kWh op; neem niet het gemiddelde van dagpercentages. Bij een noemer van nul is het percentage niet berekenbaar. Is teruglevering groter dan productie? Controleer bronnen en perioden. Maak de uitkomst niet kunstmatig nul.
4. Kies één bestaande taak
Taak en geschikt moment: ____________________________________
Wat kan veilig met de bestaande apparaatinstellingen? __________________
Wat ga ik achteraf controleren? __________________________________
Verschuif alleen een taak die je toch uitvoert. Volg de apparaatinstructies; een extra was is geen besparing. Een weekmeting bewijst geen jaarbesparing. Vergelijk weer, aanwezigheid en ander verbruik voordat je een verschil aan de planning toeschrijft.